Skalar Analytical bouwt sinds 1965 laboratoriuminstrumenten die wereldwijd in milieu-, farma- en voedingslabs draaien. Aan de softwarekant van die producten was een volgende stap nodig.
De situatie
De besturingssoftware van Skalar was over de jaren met de instrumenten zelf meegegroeid. Per productlijn, en vaak per generatie, was er een eigen applicatie ontstaan. Een logische evolutie, maar zonder gedeelde codebase waar alle productlijnen op konden voortbouwen. Voor de volgende generatie instrumenten wilde Skalar die er wél onder leggen, zodat nieuwe ontwikkelingen niet telkens vanaf nul beginnen.
Tegelijk maakte Skalar de stap richting cloud, omdat klanten op termijn van hun apparatuur dezelfde gebruikservaring zullen verwachten als van de software die ze dagelijks gebruiken. Daarvoor zochten ze een partner die de software op één gedeelde codebase kon brengen en daaronder reproduceerbare cloud-infrastructuur kon opzetten.
Hoe we het hebben aangepakt
Aan de softwarekant hebben we een gedeelde codebase gebouwd waar alle instrumentbesturing op draait, met een gemeenschappelijk design system en de gedeelde functionaliteit op één plek. Wat eerder per productlijn los groeide, draait nu op één schaalbaar platform. Het ontwikkelteam heeft daardoor minder dubbel werk, en de Skalar-ervaring blijft consistent tussen instrumenten.
Aan de infrastructuurkant hebben we de cloud opgezet met de randvoorwaarde dat het Skalar team het zelfstandig moet kunnen voortzetten. Daarom is alles als code vastgelegd en gedocumenteerd, zodat het beheer en de uitbreiding bij Skalar zelf liggen, zonder afhankelijkheid van ons.
Wat het oplevert
Skalar heeft nu één schaalbaar softwareplatform voor alle productlijnen. De volgende generatie instrumenten begint daarmee niet meer bij nul, en de cloud-infrastructuur eronder draait in eigen beheer. Hardware en software groeien zo uit dezelfde lijn door, op een tempo dat Skalar zelf bepaalt.